IS (CYBER)DEMOCRACY OVERRATED?

Dragen nieuwe media en het internet bij aan democratie? Al sinds het ontstaan van het internet leeft de hoop dat de nieuwe media meer zeggingskracht zullen geven aan burgers en autoritaire regimes zullen helpen bestrijden: “Among the dreams that might be entertained for the Internet, and are actually entertained in some quarters, is that of a world of far greater freedom of expression and democratic control than anything which human history has yet contrived” (Graham, 1999, p.62). Graham is een optimist. Misschien kunnen we hem zelfs een utopist noemen, want is internet werkelijk het ultieme redmiddel voor de democratie? Is er sprake van cyberdemocratie of eerder cyberrepressie? (Verschooten, 2016)

raw

Gif 1

 

De “cyberdemocratie” wordt vaak omschreven aan de hand van twee kernbegrippen: “publieke sfeer” en “sociaal kapitaal”. De “publieke sfeer” is: “The idea of communication areas where citizens are able to participate in democratic processes” (Hague & Loader, 1999, p.24). Het ontstaan van het internet en de nieuwe media draagt, volgens cyber-optimisten, bij aan de verbreding van deze “publieke sfeer” (Verschooten, 2016). De nieuwe technologieën zorgen ervoor dat mensen van over de hele wereld met elkaar verbonden zijn, waardoor democratische waarden makkelijker hun intrede maken in autoritair geregeerde landen (Karagiannopoulos, 2012). In deze dictatoriale regimes zelf maken de nieuwe media het dan weer mogelijk om met meer mensen en met luidere stem voor democratie te ijveren.

Het internet kan ook een negatief effect hebben op de democratie en de “publieke sfeer”.  Mensen zoeken op het internet vaak naar personen die hun mening delen, waardoor clusters op het internet ontstaan (Kelly & Etling, 2008). Deze clusters sluiten de mensen die er deel van uitmaken op in “het eigen gelijk”. De “publieke sfeer” verengt tot verschillende, van elkaar afgesloten eilandjes. De befaamde “filterbubbels” zijn geboren. Deze “personal infospheres” zorgen voor een verdeelde maatschappij, waardoor bijvoorbeeld de algemene verspreiding van democratische waarden moeilijker verloopt (Verschooten, 2016).

Volgens cyber-optimisten creëren de nieuwe media ook “sociaal kapitaal”. Putnam definieert “sociaal kapitaal” als: “The features of social organization such as networks, norms, and trust that facilitate co-ordination and co-operation for mutual benefit” (Putnam, in Chadwick, 2006, p.87) (Verschooten, 2016). De recente technologische veranderingen zorgen ervoor dat mensen sneller met elkaar in contact komen. Daardoor ontstaan er netwerken waarin burgers zich kunnen organiseren: “(…) A striking ability of the Internet – and other forms of “liberation technology”- [is] to empower individuals [and] facilitate independent communication and mobilization (…)” (Diamond, 2010, p.70) (Golkar, 2011). De digitale media kunnen zo zorgen voor een mobilisatie van activisten in autoritaire regimes, zoals bijvoorbeeld de “Groene Beweging” in Iran.

GROENE BEWEGING IRAN

12 juni 2009. In Iran worden voor de tiende keer presidentsverkiezingen gehouden (Ganji, 2014). Aftredend president Mahmoud Ahmadinejad neemt het op tegen Mir Hussein Mousavi, de meer hervormingsgezinde ex-premier (Cross, 2010) (Ganji, 2014). De verkiezingsresultaten sijpelen binnen en Ahmadinejad wordt uitgeroepen tot winnaar. Hij krijgt maar liefst 62,6 procent van de 39 miljoen stemmen. Zijn tegenstander blijft achter met een score van 33,75 procent. (Ganji, 2014).

iran-1

Afbeelding 1

 

Het volk gelooft zijn oren niet en vermoedt verkiezingsfraude. Veel mensen komen op straat en protesteren tegen het resultaat met de slagzin: “Where is my vote?!” (Ganji, 2014).  Het protest houdt aan en krijgt al snel de naam “Groene Beweging” mee. Onderzoekers, zoals Saied Golkar, schrijven dit protest toe aan een dertig jaar oude frustratie van het volk over het regime. Het autoritaire regime in Iran wordt namelijk gekenmerkt door een gesloten politiek systeem waarbij “Guardianship of the Jurist” een cruciaal concept is. “Guardianship of the Jurist”, of Velayat-e faqih,  betekent dat de Grote – geestelijke – Leider van Iran, Ayatollah Khaminei, de belangrijkste politieke figuur is (Golkar, 2011). Deze Grote Leider, die voor het leven benoemd is, mag zelf bepalen welke kandidaten geschikt zijn om president te worden (Cross, 2010). Iran heeft zo meer weg van een theocratie dan van een democratie en dat zorgt voor ontevredenheid bij de burgers (Karagiannopoulos, 2012) (Golkar, 2011). De zweem van fraude die over de verkiezing van Ahmadinejad hangt, is voor het volk de druppel.

iran-2

Afbeelding 2

 

De vele straatprotesten worden hard neergeslagen door de overheid, maar dat weerhoudt er de activisten niet van om verder te strijden voor meer democratie in hun land. Zo worden officiële feestelijkheden van de overheid verstoord en muren met allerlei leuzen beklad. De “Groene Beweging” blinkt ook uit in grote diversiteit. Mensen met verschillende ideologische achtergronden verenigen zich in de grote golf van protest en vrouwen werpen zich op als drijvende krachten (Tahmasebi-Birgani, 2010) (Golkar, 2011).

De “Groene Beweging” verschilt niet alleen van andere protestacties in de rest van de wereld door haar diverse samenstelling. Er is ook geen specifieke leider die de opstandelingen aanstuurt. Gemeenschappelijke politieke standpunten en sterke sociale netwerken vormen de basis van de “Groene Beweging”. De sterkte van deze netwerken is een gevolg van het grootschalige gebruik van de nieuwe media en het internet door de demonstranten. Het veelvuldig inzetten van nieuwe media zorgt ervoor dat de protestacties van de “Groene Beweging” ook wel de “Twitter-revolutie” genoemd worden (Golkar, 2011): “The Internet in Iran has been a liberating technology (…). They have used services such as email, weblogs and others, to inform people inside and outside Iran of the latest news, to mobilise and organise people, to launch psychological warfare against the regime, and to delegitimise it.” (Golkar, 2011, p. 55)

iran-3

Afbeelding 3

CYBERDEMOCRATIE

De nieuwe media en het internet hebben in Iran bijgedragen aan de ontwikkeling van de “Groene Beweging” en de strijd voor democratie. Het internet zorgde ervoor dat burgers de ideologie van het regime konden doorbreken. Zo konden activisten via blogs en sociale netwerken nieuws over Iran en het protest naar buiten brengen als volleerde “burgerjournalisten” en op die manier het nieuwsmonopolie van het regime schade toebrengen. Door video’s en foto’s te verspreiden van het hardhandig optreden van de overheid via de sociale media, konden de demonstranten op sympathie rekenen van de rest van de Iraanse bevolking en de internationale gemeenschap. Op die manier raakte het autoritaire regime zijn legitimiteit kwijt en voelde de bevolking zich niet meer vertegenwoordigd door hun leiders. (Golkar, 2011)

De sociale media hielpen de demonstranten ook bij het mobiliseren van mensen. Verschillende ideeën voor protestacties werden op sociale media besproken en achteraf in de “echte wereld” uitgerold. Al waren er ook protestacties die zich enkel “online” afspeelden. Tal van overheidswebsites werden het slachtoffer van “hacking”. (Golkar, 2011)

Het internet slaagde erin om de “Groene Beweging” te ondersteunen. De “Groene Beweging” zorgde echter niet voor een grote democratische omwenteling in Iran en sommige onderzoekers hebben het over een “mislukking” (Cross, 2010). Deze “mislukking” kan te wijten zijn aan een te groot vertrouwen van de activisten in de intrinsieke democratische kwaliteiten van het internet, waardoor er soms te weinig “echt” protest in de straten van Teheran was (Karagiannopoulos, 2012). Of zijn het internet en de sociale media helemaal geen democratische krachten? Helpen ze misschien net het autoritaire regime om protesten de kop in te drukken?

CYBERREPRESSIE

Het regime in Iran controleerde al voor de opstand van 2009 het internet. Bepaalde websites werden geblokkeerd, andere sites ondergaan dan weer een doorgedreven filtering. “Gevaarlijke” inhoud wordt verwijderd (Golkar, 2011). Ook een medium als het internet is dus niet vrij van censuur. Niet alleen de inhoud van websites wordt geblokkeerd door de overheid, ook op de toegang van burgers tot het internet wordt een rem gezet. Zo is de downloadsnelheid voor privé-gebruikers in Iran beperkt tot 128 Kbps, hierdoor konden demonstranten moeilijk foto’s of video’s op het internet plaatsen en naar de rest van de wereld verspreiden. (Golkar, 2011)

Het internet stelt de overheid ook in staat om activisten en dissidenten op te sporen en eventueel te arresteren. De Iraanse overheid heeft zelfs een speciale “cyber intelligence agency” opgericht om tegenstanders van het regime te identificeren. De sociale media kunnen niet alleen door demonstranten gebruikt worden, ook de overheid kan via het internet propaganda verspreiden. Propaganda die mensen angst aanjaagt en op die manier tot zelfcensuur leidt (Golkar, 2011).

JANUS

Het internet en de sociale media staan activisten bij in hun strijd voor democratie, maar ook een autoritair regime kan dus gebruik maken van de nieuwe digitale tools. Het internet helpt demonstranten om hun macht te vergroten, maar kan ze tegelijk vleugellam maken. Golkar beschrijft de rol van het internet in het democratiseringsproces als de Romeinse God Janus, de God met de twee gezichten: “(…) The Internet performs in Janus-like ways, ironically and parodixically. Its liberating and repressing potential are inseparable. (Golkar, 2011, p. 63-64)”.

Lessig ziet het internet als een neutrale tool, waarvan zowel mensen en regimes met goede als met slechte bedoelingen gebruik van kunnen maken (Karagiannopoulos, 2012). Moeten we het internet en de nieuwe media dan opgeven als tools voor meer democratie? Ik denk van niet. Ik volg Yochai Benkler als die zegt dat ten opzichte van de traditionele media, zoals radio en televisie, het internet meer positieve kwaliteiten bezit. Het internet creëert namelijk een nieuwe “publieke sfeer” waarin iedereen zijn mening kan geven. De tijd van staatsmedia is voorbij (Karagiannopoulos, 2012). Leve de nieuwe media! Leve de democratie!

 

Bronnen:

  • Best, M. L. & Wade, K. W. (2009). The Internet and Democracy Global Catalyst or Democratic Dud?. Bulletin of science, technology & society, 29(4), 255-271.
  • Calingaert, D. (2010). Authoritarianism vs. the Internet. Policy Review, (160), 63.
  • Chadwick, A. (2006). Internet politics: States, citizens and new communication technologies. New York, NY: Oxford University Press.
  • Cross, K. (2010). Why Iran’s green movement faltered: The limits of information technology in a rentier state. SAIS Review of International Affairs, 30(2), 169-187.
  • Diamond, L. (2010). Liberation technology. Journal of Democracy, 21(3), 69-83.
  • Erdbrink, T. (2011, December 15). Cyberpolitie bewaakt het virtuele Iran. Retrieved December 11, 2016, from http://www.standaard.be/cnt/6j3jjm1p
  • Faris, R. (2009). Web tactics. Index on Censorship, 38(4), 90-96.
  • Ganji, A. (2014, September 06). Iran’s Green Movement Five Years Later — ‘Defeated’ But Ultimately Victorious. Retrieved December 11, 2016, from http://www.huffingtonpost.com/akbar-ganji/iran-green-movement-five-years_b_5470078.html
  • Golkar, S. (2011). Liberation or suppression technologies? The Internet, the Green Movement and the regime in Iran. International Journal of Emerging Technologies and Society, 9(1), 50.
  • Graham, G. (1999). The Internet: A philosophical inquiry. London: Routledge
  • Hague, B.N. & Loader, B.D. (eds.). (1999). Digital democracy: discourse and decision making in the information age. London: Routledge.
  • Karagiannopoulos, V. (2012). The role of the internet in political struggles: Some conclusions from Iran and Egypt. New Political Science, 34(2), 151-171.
  • Kelly, J., & Etling, B. (2008). Mapping Iranʼs online public: Politics and culture in the Persian blogosphere. Berkman Center for Internet and Society and Internet & Democracy Project, Harvard Law School.
  • Rogiers, F. (2016, November 19). En nu moet Europa eraan geloven. Retrieved December 11, 2016, from http://www.standaard.be/cnt/dmf20161118_02579127
  • Rubin, M. (2012). Review of The Green Movement in Iran. Middle East Quarterly.
  • Tahmasebi‐Birgani, V. (2010). Green women of Iran: The role of the women’s movement during and after Iran’s presidential election of 2009. Constellations, 17(1), 78-86.
  • Verschooten, C. (2016). Nieuwe media en democratisering [Powerpoint- presentatie]. Brussel: KU Leuven.

 

Bronnen afbeeldingen:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s